Met dank aan Dhr. Jaap Feller, lid van de werkgroep Land & Pand.

Een buurtschap al diverse jaren
Pieter van der Meersche maakte in 1638 een kaart van de Drechterlandse zeedijk.
Een exemplaar bevindt zich bij het waterschap West – Friesland, een tweede, wat meer gedetailleerde versie bij de archiefdienst Westfriese Gemeenten. Hierop is de haven van Wijdenes met omgeving fraai afgebeeld.

Dat die omgeving talrijke huizen en bewoners moet hebben geteld, blijkt uit een lidmatenlijst van de hervormde gemeente uit het jaar 1639. Deze lijst bevat o.a. de namen van 21 lidmaten “wonende aen de visscherij”. In een lidmatenlijst van 7 juni 1637 komen dezelfde personen voor als wonende bij de watermolens, dus duidelijk de omgeving van de haven.
Meer dan 20 lidmaten, dus minstens 10 huizen met 40 a 50 bewoners: een echte buurschap, die vooral van de visvangst leefde.In de gemeentelijke verslagen vanaf 1864 wordt de haven genoemd - zij het eerst enkel negatief - . Vanaf genoemd jaar t/m 1890 telden Wijdenes en Oosterleek geen vissers en wordt het haventje in de gemeenteverslagen in allerlei toonaarden bezongen, maar wel louter in mineur. De uitwatering der watermolens, die vroeger als haven fungeerde, is geheel verzand (1873), de haven betekent niets(1874), de haven is alleen bevaarbaar voor weinig diepgaande schepen en dan nog alleen bij vloed of hoogwater(1876), de toestand der haven zou zeer veel te wensen overlaten , indiener van enige scheepvaart sprake was(1880), de haven verkeert in zeer onvoldoende toestand(1887 en volgende jaren).
Het laatste gold ook nog in 1891, toen er voor het eerst weer werd gesproken over vanuit Wijdenes bedreven visserij op de Zuiderzee. Er waren 8 personen in deze bedrijfstak werkzaam en wel op 3 vaartuigen ( 2 kubboten en 1 sloep) en men bepaalde zich tot de haring- en ansjovisvangst. In de daarop volgende jaren ziet men het aantal vaartuigen langzaam maar zeker stijgen tot in de jaren 1912 en 1913 een maximum van 9 werd bereikt.
Als gebruikte scheepssoorten werden genoemd: kubboten, sloep aak, vlet en jol. In de eerste jaren hield men zich alleen bezig met de haring-en ansjovisvangst, maar al spoedig kwam daar ook de botvisserij bij.
Na 1920 brak een tijd aan, waarin er sprake was van vele activiteiten rond en in de haven. Het begon al in 1922 toen Drechterland werkzaamheden uitvoerde ter verbetering en verzwaring van de Zuiderdijk. Die verzwaring deed geen goed aan de toestand van de haven, die toch al deerniswekkend was. Dit bleek uit een brief, die eind 1923 door Jaap Feller mede namens enkele andere vissers – vermoedelijk de gebr. Jaap en Piet Mantel en Bauke Keulen – aan het gemeentebestuur werd gezonden. Zij verzochten de haven uit te diepen en de daarin uitkomende sloot te beschoeien om de verzanding effectief te bestrijden, zou er een hoofd benoorden de haven moeten worden aangelegd. Burgemeester G.J. de Goede nam contact op met het Hoogheemraadschap, dat van mening was dat het haventje een overblijfsel was van de oude molenkolk en dus behoorde tot de competentie van de polder ‘ de Drieban”. De gemeenteraad ging begin 1924 niet op het door de vissers gedaan verzoek in; men vond de plannen te duur.
Bron;
Boekje van Piet Boon “de haven van Wijdenes” ter gelegenheid van de restauratie van de haven in 1980.
De schouw van Piet Mantel
De Molentjes van Wijdenes gezien vanaf de Zuiderdijk omstreeks 1920 in een winterse entourage, op de voorgrond de boerderij van Piet Klaver die later verbrandde, de grote molen werd in 1923 gesloopt, de kleine een jaar later.
Uit het boek” West Friesland in oude kaarten” van Marc Hameleers het volgende;
Op alle drie de kaarten wordt melding gemaakt van twee watermolens.
Deze werden gebouwd om het overtollige water van de polder De Drieban in de langs de molens lopende kolk te malen. In 1923 respectievelijk 1924 werden de molens afgebroken.
Toen kon ook de kolk gedempt worden. Afbraak en demping waren mogelijk omdat de polder zijn overtollige water inmiddels kon afwateren via het elektrische gemaal De Drieban, enkele kilometers verderop aan de dijk. de twee molens zijn minstens eenmaal, vermoedelijk rond 1655, herbouwd. Het na demping van de kolk ontstane terrein heeft een aantal jaren dienst gedaan als sportveld en heeft tegenwoordig een bestemming als tuinbouwgrond. Hoewel de twee molens al ruim zestig jaar geleden afgebroken werden, worden bewoners van Wijdenes nog dagelijks aan hun bestaan herinnerd. Vlak achter de dijk loopt een weg met de naam De Molentjes, en op de plaats waar de kolk in het landschap eindigde staat nu een huis genaamd “ ’t Molentjespad”.
Mijn opa Jb. Feller 11-11-1886—8-11-1966 woonde bij de Molentjes.
Hij was visserman net als zijn buren de gebroeders Mantel wat tevens ook familie van elkaar was.Jacob Dekker geb. Wijdenes 19-10-1813, boerenknecht, arbeider, overl. aldaar 5-5-1896,trouwt in Wijdenes 2-4-1843 met Grietje Groot, geb Hem 2-5-1816,dienstbare, overl. Wijdenes 11-1-1893.
Hieruit o.a.:
Trijntje geb. Wijdenes 9-2-1845, dienstbare, overl. aldaar 25-2-1930, trouwt in Wijdenes 6-2-1876 met Dirk Mantel, geb. Schellinkhout 14-2-1846,dienstbare, visser,landbouwer, overl. Wijdenes 1-3-1919.kinderen Mantel :
1. Albertje 16-2-1879 2. Jacob 16-11-1880 3. Pieter 20-1-1884Stijntje geb.wijdenes 17-4-1859,overl. Venhuizen 9-1-1933, trouwt in Schellinkhout 3-2-1884 met Gerrit Feller, geb hem 4-5-1861, arbeider, overl. 30-4-1933.
kinderen Feller:
1. Maartje 10-5-1885 2. Jacob 11-11-1886 3. Grietje 29-1-1889
4. Daatje 7-10-1891 5. Jan 26-4-1896 6. Grietje 13-8-1901Ze hebben gevist totdat de afsluitdijk werd gesloten.
Mijn vader Arend geb. Wijdenes 20-5-1929 overl. Venhuizen 31-1-1997 en zijn broer Gerrit geb. wijdenes 23-10-1923 overl. 2-7-1976 zijn in het huis geboren (zie foto hieronder).
Veel huizen waren daar niet en langs het Molentjespad dat naar het dorp ging stond een boerderij, hier woonde een Piet Dekker in. Deze boerderij is in de oorlog nog geraakt door een bom, piet werd toen geraakt door een scherf en in het ziekenhuis in Hoorn is toen zijn onder arm geamputeerd.
De zoon van Piet Dekker, ook Piet, is getrouwd met een dochter van Jacob Mantel, Griet.Mijn naam is Jacob Feller geb 18-5-1961
![]()
Mijn vader ging niet naar Wijdenes op school maar naar Oosterleek.
Ipv over het smalle pad naar het dorp, over dijk naar Leek.
Rond 1920 stonden er 6 huizen en 2 molens.
2 huizen langs het Molentjes pad en 4 bij de dijk.In de twee langs het pad woonden Cor Ham en in de boerderij Piet Dekker.
In de molens woonde links achter Reindert Smit en in de andere woonde Bauke Keulen.In de huizen vanaf nu het Twuiver; eerst Jacob Feller en dan de boerderij van Piet Klaver, de volgende Jacob Mantel en dan Piet Mantel.
De boerderij van Piet Klaver is verbrand, dit is gekomen doordat vrouw Klaver “ even “ naar het dorp ging voor wat boodschapjes en had wat op het petroleumstel laten staan.
Toen ze terug kwam lopen over het Molentjes pad zag ze het huis in brand staan.Er is een nieuw huis voor terug gezet, later woonde hier Jan Beets in en die werd de havenmeester nadat het haventje was opgeknapt in 1981.
Op de plek van de voorste molen van de dijk gezien staat nu een nieuwe boerderij met een oude vierkant, dit vierkant komt uit Hem vandaan, van de Hemmerbuurt.
Deze informatie komt bij Piet Dekker getrouwd met Grietje Mantel wonend in Wijdenes, kinderen van bovenstaande Piet Dekker en Piet Mantel.
![]()




